Helgoland - Rømø, wo 22 juli 1981
Woensdag om twintig voor zes meldt Scheveningen radio ons dat de verwachting voor de Duitse bocht ZO tot Z met kracht 3-5 is. Als we om half acht vertrekken is het zeker geen kracht 3.
Gelukkig komt hier gauw wat verandering in en met een zuidelijke wind kracht 4 zorgt de spinnaker ervoor dat we met een mooie snelheid het Noorden in gaan. Het is een prachtige dag en de zon schijnt onafgebroken. We zien onderweg een aantal rode gevallen terug die we de vorige dag in de haven van Helgoland zagen. Het blijken drijvende doelen te zijn voor de Duitse luchtmacht. De straaljagers vliegen erg laag over ons heen en schieten op deze doelen die een paar mijl verder in zee liggen. Later worden zelfs dieptebommen afgeworpen. Enorme zuilen water spuiten dan omhoog. Een geweldig gezicht en een mooie afleiding voor de kinderen. (Maar .... zeilden we eigenlijk niet door een spergebied? de doelen waren eigenlijk wel erg dictbij) Nadat we om 13:07 uur de Amrumbank Süd zijn gepasseerd kunnen we om drie uur de zuidpunt van Sylt peilen. De rest van de dag varen we in het zicht van van dit lange Duitse wadden eiland. Vanuit zee zijn de enorm grote gebouwen van Westerland al van mijlen ver te zien voordat we ze daadwerkelijk passeren. Dat het een zomerse dag is, is ook goed te zien aan de vele mensen op het strand van dit vakantie eiland bij uitstek.
Om kwart voor acht 's avonds komen we via het Lister Landtief in het Listertief. We hebben nu de keus om naar List op Sylt of naar Havneby op Rømø te gaan. Het wordt Rømø omdat het in Havneby waarschijnlijk rustiger zal zijn en omdat de aanvaarroute naar List niet staat beschreven in ons boek. Rustig is het inderdaad als we om kwart over negen de haven van Rømø binnenlopen. Er is geen enkele passant, er liggen slechts een paar lokale boten. Maar dat is niet erg, want wij duiken toch snel in onze kooi. Een reis van ruim 65 mijl is vermoeiend.
Rømø - Hvide Sande, do 23 juli 1981
We hebben bij aanvang van de reis gezegd dat we zo snel mogelijk naar de Limfjord willen doorvaren. Dat is ook de reden dat we de volgende morgen om kwart voor vijf al weer varen.
Het zicht is maar een halve mijl, maar door de typische Deense betonning kunnen we uitstekend de weg vinden. Bij de Noordpunt van Sylt komen we de lichtblauwe Deense vissersboten tegen die we gisteravond zagen uitvaren, ze komen in de vroege morgen weer terug. Of ze veel gevangen hebben weten we niet, we kunnen het aan de diepgang niet zien.
In het Listertief, de brede vaargeul naar dieper water is het zicht nog steeds een halve mijl. We besluiten tot de uiterton te varen en dan te kijken hoe het zicht is. Scheveningen meldt matig zicht maar geeft tevens een stormwaarschuwing kracht 7 voor Doggersbank en Fladengronden, maar wij varen in de Duitse bocht. Het geluk is met ons, want als we de groene '3' passeren kunnen we nog steeds het vuurtorentje van List-West nog zien en trekt de mist dus op. De wind is nog steeds zuidelijk en de spi wordt dan ook spoedig gehesen. Als we om negen uur Röter klit sand passeren kunnen we het gegist bestek controleren. We zien de dieptemeter teruglopen naar 7 meter in plaats van de gebruikelijke twaalf. Ook zien we aan de golven dat er een ondiepte moet zijn.
In de loop van de morgen trekt de wind wat aan en moeten we de spi neerhalen. Af en toe zien we door de mist schepen en we weten dat we de toevoerroute naar Esbjerg naderen. Zekerheid hierover hebben we als we om kwart over elf boei 4 van deze route aanlopen. Het waait inmiddels stevig en de wind draait steeds verder naar het westen. Het passeren van Blåvandshuk, het meest westelijke puntje van Denemarken brengt ons in een wat onzekere situatie. het zicht is er veel beter op geworden en we hebben verkozen om de kortste route door het Ringkøbing Dyb te nemen. Daarvoor moeten we eerst een drempel van 4 meter passeren en daarna door een trog waar we in het midden van de geul een diepte van 13 meter zouden moeten meten. Die diepte meten we echter niet. Ook vinden we geen geel boeitje halverwege. Omdat de diepte niet onder de 7 meter komt volgen we de uitgezette koers. Peilingen op de wal wijzen ook uit dat we goed zitten. Toch zijn we opgelucht als we door peilingen op Ringebjerge bake positief kunnen vaststellen dat we het Horns Rev achter ons hebben. Van kennissen horen we later dat die dezelfde ervaringen hadden.
Met een heldere lucht en een nog steeds matige zuidwestelijke wind komen we om kwart over zeven aan in Hvide Sande, een vissersplaatsje met weinig accomodatie voor jachten. Met de kinderen wandelen we door de duinen, over het strand en door de haven waar de visverwerkingsfabriek een enorme visgeur verspreidt. Vanuit de fabriek wordt vis verkocht want we zien tenminste nogal wat mensen die er met een emmertje vis vandaan komen. 's Avonds om 10 over tien beluisteren we Norddeich radio en de verwachting is dat we met zuidoostelijke winden te maken zullen krijgen, terwijl Scheveningen sprak over Noord-NoordOost. Na de gebruikelijke neut en het uitzetten ven de route voor de volgende dag gaan we slapen.
Hvide Sande - Thyborøn, vr 24 juli 1981
Als we vrijdag 24 juli 1981 om kwart over zeven vertrekken klopt geen van beide weerberichten.
Het is bladstil, het zicht is redelijk en zo blijft het de hele dag. De motor loopt meer meer dan ons lief is. Als er af en toe een zuchtje wind staat is het niet meer dan 2Bf en komt uit het Noorden. We doen precies 10 uur over de 44 mijl naar Thyborøn. Bij het binnenlopen van de Limfjord komen we een ander Nederlands Waarschip tegen en uiteraard wordt er van beide zijden uitbundig gegroet.
Thyborøn is de eerste Deense haven aan de Westkust waar het behoorlijk druk is. We zien Deense, Noorse, Duitse en Nederlandse jachten. Toch moeten we ons haasten, want er moeten nog inkopen worden gedaan, want op Helgoland hadden we voor het laatst voedsel ingeslagen. Voor sluitingstijd kunnen we nog terecht bij een groenteboer en een bakker. De kinderen vinden dat ze wel een ijsje verdiend hebben en daarom vervullen we die wens en strijken even neer op een terrasje. 's Avonds gaan we wat wandelen rond de haven en op een strandje kunnen we wat pootjebaden. We zijn eigenlijk best tevreden met de voortgang, en ondanks het droogvallen op het wad en de daardoor ontstane vertraging is de planning toch gehaald en liggen we binnen een week in de haven van Thyborøn.
Het sleeplog heeft inmiddels 355 zm geregistreerd.